Huiswerkvisie

Onze visie op huiswerk

 

 

Enkele bedenkingen vooraf ….

 

Huiswerk roept meestal heftige reacties op. Er zijn voor- en tegenstanders.

 

Voor kinderen is het meestal niet hun favoriete bezigheid.

Ook in onze school zijn er kinderen die opgroeien in een kansarme situatie.

Ze hebben het extra moeilijk om in orde te blijven met hun huiswerk.

Soms begrijpen ze de opdracht niet of hebben ze bijkomende uitleg nodig om de taak aan te kunnen.

Ook de verwachtingen van ouders lopen sterk uiteen.

Vele ouders hebben het gevoel dat ze hun kinderen niet kunnen helpen.

Huiswerk is in die situatie niet meer vanzelfsprekend.

Ouders vragen: ‘Wie helpt mijn kind, want ik kan het niet?’

Er wordt hulp van externen ingeroepen, bijlessen georganiseerd.

Op deze manier wordt huiswerk echter uit het gezin weggehaald.

Een echte oplossing biedt deze aanpak eigenlijk niet!

Het is slechts een ‘hulpmiddel’ op korte termijn.

Huiswerk brengt een stukje school mee naar huis.

Het biedt de kans bij uitstek om ouders te betrekken bij het schoolgebeuren van hun kind.

 

Goed huiswerk ligt in het verlengde van het leerproces dat in de klas is gestart.

Al vinden we huiswerk belangrijk, we willen er over waken dat het maken van huiswerk niet ten koste gaat van de ontspanningstijd. Bovendien willen we rekening houden met de draagkracht van het kind en de naschoolse activiteiten.

We constateren dat leerkrachten, ouders en kinderen huiswerk niet steeds op dezelfde manier benaderen. Daarom vonden we het zinvol om binnen het leerkrachtenteam een visie te bepalen. Zo weet iedereen wat de school verstaat onder huiswerk en wat we daarbij van leerkrachten, ouders en leerlingen mogen verwachten.

 

Het is de bedoeling van de school om de leerlingen een goede studievaardigheid aan te leren die borg moet staan voor verdere succeservaring.

Waarom geven we huiswerk ?

1.Door naast de leertijd op school ook nog bezig te zijn met het verder inoefenen en herhalen van bepaalde leerstof, kan het leerresultaat positief beïnvloed worden. Huiswerk biedt zo extra oefenkansen.

 

2.Huiswerk bevordert de zelfstandigheid. Zelf de verantwoordelijkheid dragen voor het opgegeven werk, zelf plannen wanneer het gemaakt of geleerd moet worden om er op tijd mee klaar te zijn. Dit biedt kansen om de zelfstandigheid te vergroten.

 

3.We willen onze leerlingen ‘leren leren’ zodat ze zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden kunnen verwerven en in staat zijn problemen op te lossen.

 

4.In het secundair onderwijs wordt ervan uitgegaan dat huiswerk maken een logisch verlengstuk is van de schooldag. Als de kinderen daar al vertrouwd mee zijn in de lagere school, zal dat zeker bijdragen om de aanpassing aan de manier van werken in het secundair onderwijs vlotter te laten verlopen.

 

5.Betrokkenheid van ouders bij de school en bij het leren van hun kind. Door het huiswerk dat thuis gemaakt wordt, kunnen ouders beter zicht krijgen op wat er op school gebeurt, kunnen ze ook evolutie van hun kind opvolgen en kan er interesse getoond worden naar wat hun kind kan.

 

6.Extra hulp bieden aan leerlingen die leerproblemen ondervinden. Huiswerk zien we dan als een extra steun om die problemen het hoofd te bieden. Met deze vorm van huiswerk gaan we wel voorzichtig om, want juist de kinderen waar het hier om gaat, worden onder de schooltijd al flink belast. We willen voorkomen dat ze door hun huiswerk schoolmoe worden en ervoor zorgen dat er voldoende tijd voor ontspanning is.

 

Wat kunnen de ouders van de school verwachten ?

1.De leerkracht

  • Houdt bij de hoeveelheid huiswerk rekening met de draagkracht van de leerlingen
  • Zorgt voor een heldere uitleg bij de taken
  • Begeleidt de kinderen bij het plannen
  • Bespreekt met de kinderen de mogelijke aanpak

Op die manier krijgen de kinderen hun huiswerk startklaar mee naar huis.

 

2.Over de verbetering zijn er in de school volgende afspraken:

  • De kinderen krijgen verantwoordelijkheid voor hun gedrag, maar ook voor hun werk. Daarom kan en mag een leerling regelmatig zijn werk zelf nakijken met correctiesleutel. Zo leren ze ook kritisch omgaan met hun werk.
  • De leerkracht kan ook samen met de leerlingen het werk nakijken, waarbij er meteen de mogelijkheid is om fouten en oplossingsmethoden te bespreken.
  • Soms is het nodig dat het huiswerk door de leerkracht wordt nagekeken en indien nodig besproken met het kind.

We gaan er vanuit dat de leerkracht voldoende competent is om te bepalen welke verbeteringswijze het beste en meest effectieve is.

 

3.De leerkracht staat open voor een gesprek als ouders merken dat er iets niet goed gaat met het huiswerk van hun kind (geen motivatie, onduidelijk, te moeilijk, …)

 

4.Soms dienen de leerlingen een werkstuk te maken of een les te studeren. Zij krijgen dan daarvoor een langere periode de tijd.

 

Wat verwacht de school van de ouders ?

1.Ouders kunnen zorgen voor een rustige werkplek, waar het kind kan werken zonder afgeleid te worden.

 

2.Het is aan te raden om te zorgen voor een vast tijdschema. Kinderen hebben nood aan regelmaat, aan een vast ritme.

 

3.Aanmoediging van het kind door bijvoorbeeld :

  • Elke dag samen de opdrachten in de schoolagenda te overlopen
  • Uw kind aan te sporen om netjes en verzorgd te werken
  • De lessen af en toe te overhoren
  • Respecteer de timing; als uw kind volgens u voldoende lang aan een taak gewerkt heeft en die taak nog niet helemaal af is, noteer dat dan in de agenda of op het huiswerk.

4.Controle of de taak gemaakt is, of de les is geleerd.

5.In de hogere leerjaren kan het kind geholpen worden om de lessen of taken te plannen.

6.De ouders informeren de leerkracht bij problemen.

7.De kinderen ruimte geven voor ontspanning.

8.Vrije momenten, weekends en vakanties respecteren.

 

Wat verwacht de school niet ?

1.Dat de ouders zelf de leerstof uitleggen aan hun kind. Ouders kunnen wel met de leerkracht afspreken op welke manier ze het kind best ondersteunen.

2.Dat ouders de huistaak van hun kind verbeteren. Fouten maken mag ! Eventueel mogen de fouten aangeduid worden maar het kind moet zelf de fouten verbeteren. De leerkracht kan dan zien welke oefening het kind nog niet zelfstandig kan maken en het kind leert van zijn of haar fouten.